
Sinds een paar weken ligt er een dode duif bij mij in de straat. Platgereden door een auto. Als een pizza van opgedroogd bloed en veren ligt het dier nu weg te rotten. Auto’s rijden er gewoon overheen, fietsers zijn te onverschillig om de ranzigheid te ontwijken. En zo wordt de pizza steeds iets platter en iets kleiner. Zo is de duif steeds minder herkenbaar als duif. Een nietszeggend hoopje afval.
En elke dag als ik er voorbij – en niet overheen! – rijd, kijkt de sterfelijkheid mij aan vanaf de straatweg. Het is niet de duif die daar ligt, maar ikzelf. Totdat ik verdwijn in die onvermijdelijke vergetelheid. Afval.
Momenteel draait in de filmhuizen AGORA, de nieuwe film van Alejandro Amenábar (MAR ADENTRO, THE OTHERS). AGORA vertelt het verhaal van de Griekse filosofe en wiskundige Hypatia (370-415), die het in het oude Alexandrië vanwege haar denkbeelden aan de stok kreeg met aanhangers van een nieuwe religieuze stroming, het christendom.
De film is weinig subtiel en de dialogen ontstijgen het soap-niveau nauwelijks, maar AGORA wordt gered door enkele geniale momenten en een opmerkelijke protagonist. De held van het verhaal is deze keer namelijk geen gespierde gladiator of bloeddorstige wereldveroveraar, maar een vrouwelijke wijsgeer die een uitgesproken afkeer had van (bij)geloof. Dat is niet iets wat je vaak ziet in producties van meer dan 70 miljoen dollar.
Oh ja, en in AGORA zijn christenen de bad guys.