‘We gebruiken maar 10% van onze hersenen!’ – dit is er eentje die ik vorige week nog van iemand hoorde. We zouden maar 10% van onze grijze massa gebruiken; de overige 90% is onontgonnen gebied.
Lepelbuiger Uri Geller geeft in zijn boek Uri Geller’s Mind-Power Book een heldere beschrijving van dit sprookje: ‘Our minds are capable of remarkable, incredible feats, yet we don’t use them to their full capacity. In fact, most of us use about 10 per cent of our brains, if that. The other 90 per cent is full of untapped potentiaal and undiscovered abilities, which means our mind are only operating in a very limited way instead of a full stretch.’
Misschien geldt die 10% inderdaad voor de mensen die dit fabeltje helpen verspreiden, maar de rest van ons gebruikt gelukkig de volle 100%. Da’s maar goed ook, anders zou je waarschijnlijk dood neervallen.
Op hersenscans is duidelijk te zien dat op elk moment ons gehele brein wordt gebruikt. Verschillende lichaamsfuncties worden aangestuurd door verschillende hersengebieden en geen van die delen is in een permanent slapende toestand. Er is geen stuk van de hersenen dat je niet kunt weghalen, zonder dat je een bepaalde hersenfunctie of -eigenschap verliest. Bovendien ontwikkelt het brein zich doordat het gestimuleerd wordt; als 90% ongebruikt blijft, zal dat deel simpelweg disintegreren, zodat je slechts 10% van je originele hersenen overhoudt.
De voornaamste reden waarom deze mythe nog steeds bestaat, is dat hij wordt verspreidt door mensen uit het New Age-wereldje. Zij zijn krampachtig op zoek naar een plekje waar ze de zogenaamde paranormale krachten van de mens in kunnen duwen. Kennelijk hebben ze succes met hun zweefkezerij, want je hoort het fabeltje overal terugkomen – in commercials, in managerpraatjes en – zo blijkt – in mijn eigen vriendenkring.
Meer informatie:




Reacties
Plaats Reactie